Zodat….toch moeilijk voor leerlingen.

Schriftelijk leren formuleren in zinnen, als het kan in een samengestelde zin met gebruikmaking van een voegwoord. En dat niet alleen in de taalles, maar ook bij andere vakken. Dat is het onderwerp waar onze Academische Werkplaats zich mee bezig gaat houden. Want, zo blijkt uit de verhalen van onze leerkrachten, ‘kinderen schrijven vaak korte zinnen, en worden ze langer, dan zijn de zinnen vaak kreupel’. We namen een eerste proefje op de som door kinderen van de groepen 7 zinnen af te laten maken: ze kregen een tekst over het Ruhrgebied en moesten drie zinnen afmaken:

Er gingen steeds meer mensen in het Ruhrgebied wonen, omdat

Veel mensen waren blij dat ze werk vonden in het Ruhrgebied, maar

De lucht- en watervervuiling werd een groot probleem, zodat

De gegeven voegwoorden impliceren een denkhandeling (een tegenstelling, een oorzaak of gevolg, een verklaring). Leerlingen vinden het moeilijk om deze zinnen goed af te schrijven. Inhoudelijk is dan wel duidelijk wat ze wíllen schrijven, maar in veel gevallen (vooral bij de ‘zodat’-zin) loopt de zin mank!

Reden genoeg voor ons om na te gaan denken over de vraag hoe we de vaardigheid in het ‘metselen’ van zinnen kunnen stimuleren. Wat moet een kind dan allemaal kunnen? En hoe bereiken we dat leerkrachten ook bij andere vakken stimuleren dat leerlingen aandacht besteden aan hun schriftelijk formuleren?

Als toetje van de dag werden er ’s middags filmopnamen gemaakt voor de masterclass Schrijven! Eline, Dirk en Joke mochten verhalen uit de praktijk vertellen over het geven van feedback en het beoordelen van teksten. Als het ware!



Geef een reactie