Richting bepalen

De vijfde bijeenkomst op 12 februari stond in het teken van de richting bepalen voor onze academische werkplaats. Als introductie zijn we gaan kijken naar een jongetje van anderhalf met een ontwikkelingsvoorsprong. Hij kende op deze leeftijd al cijfers en vormen. We zien hem daarna weer als hij vier jaar oud is en op de wc een boek aan het lezen is over het menselijk lichaam. In de jaren ertussen is dit jongetje al tegen obstakels aan gelopen die passen bij kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong die nog niet echt worden gezien. Nu hij echt gezien wordt, zijn die obstakels er minder en kan hij echt zijn wie hij is. Aan de hand van dit voorbeeld wordt duidelijk dat een kind signaleren en hem daarna hiermee helpen erg belangrijk is.

De afgelopen weken hebben we vragenlijsten uitgezet naar leerkrachten van groep 1/2 in de omgeving. Van al deze ingevulde vragenlijsten is een analyse gemaakt waardoor we beter zicht krijgen op welk gebied we leerkrachten van groep 1/2 nog verder kunnen ondersteunen en wat voor onderwijsaanbod daarbij hoort. Aan de hand van deze analyses en de analyses van de interviews, hebben we gekeken welke richting we nu op willen. Nadat we alle onderdelen hadden besproken die er in moeten zitten om een goed onderwijsaanbod te maken voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong, hebben we besloten dat we het bij de kern moeten aanpakken. Het creëren van aanbod is van cruciaal belang voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong, maar niet alleen wanneer er al een ontwikkelingsvoorsprong is gesignaleerd. We gaan uit van het principe stimulerend signaleren waarbij er sprake is van een integrale aanpak wat betreft aanbod, signaleren en de ontwikkeling in kaart brengen. We gaan uit van inclusie en geen losse pakketten voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Het aanbod dat er is moet als middel worden gezien en niet als doel. We zijn tot een hoofdvraag gekomen voor onze academische werkplaats en die luidt: Wat kenmerkt een rijke leeromgeving in de onderbouw waarmee de leerkracht doelgericht de zone van naaste ontwikkeling van het kind in kaart brengt, zodat hij onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong kan duiden?

 

Laurie (VR4-student)



Geef een reactie