Voor veel leerlingen is schrijven een lastige klus. Tegelijkertijd moeten zij hun cognitieve inspanning richten op verschillende zaken: voor wie ga ik schrijven?; wat wil ik met mijn tekst bereiken?; hoe bedenk ik inhoud voor mijn tekst?; hoe krijg ik wat ik wil vertellen in goede woorden en zinnen op papier?; hoe bereik is dat mijn tekst leesbaar is? Schrijven is een gecompliceerde vaardigheid waarin denkprocessen van een hoge orde plaatsvinden. Lastig voor menig kind, maar ook lastig voor leerkrachten. Want hoe ziet goed schrijfonderwijs eruit?

Vanaf 2011 zijn er opeenvolgende leernetwerken bezig geweest met de ontwikkeling van materialen en instrumenten die een impuls geven aan de kwaliteit van het schrijfonderwijs. Er werd vooral nagedacht over de vraag op welke manier de instructie van de leerkracht verbeterd kan worden. Ook werd nagedacht over de vraag op welke manier het schrijfproces van leerlingen gefaciliteerd kan worden door hen te ondersteunen in de vorm van samenwerkingsvormen, peerfeedback, schrijftips en aanwijzingen. De materialen zijn vrij beschikbaar en te raadplegen op de materialensite.

Geïnspireerd door het boek The Writing Revolution van Hochman en Wexler is in het cursusjaar 2018-2019 in de Academische Werkplaats ‘Schrijven Kun je Leren’ nagedacht over de manier waarop we de inzichten van dit boek zouden kunnen ‘vertalen’ naar de Nederlandse situatie. Hoezo geïnspireerd door The Writing Revolution? We herkennen de analyse van Hochman en Wexler: veel kinderen vinden het lastig om goede zinnen te schrijven. Veel zinnen zijn kort. Schrijven ze langere zinnen, dan zijn deze vaak kreupel. Dat kinderen het moeilijk vinden is niet zo vreemd: schrijven ís best lastig en daarbij: veel taalmethoden schenken weinig aandacht aan het schrijven van goede zinnen. Maar naast de centrale positie die de zin toegekend krijgt als fundament van de tekst, werden we ook enthousiast over de gekozen aanpak, omdat benadrukt wordt hoe belangrijk het is dat wat je in de taalles leert ook wordt toegepast bij de andere vakken.

Wat wordt ontwikkeld?

  • Een leerlijn schriftelijk formuleren voor de groepen 4 tot en met 8
  • Voor elke groep een achttal korte oefenactiviteiten met handleiding
  • Een digitale schrijfomgeving waarin ook voorbeeldfilmpjes van peers zijn opgenomen en tips voorafgaand, tijdens en na het schrijven. Programma biedt random feedbackmogelijkheden.
  • Transferactiviteiten om het geleerde ook toe te passen buiten de taalles.
  • Training voor deelnemende leerkrachten.

De volgende onderzoeksvragen staan centraal:

  1. Op welke manier kunnen leerkrachten een procesgerichte instructie en begeleiding vormgeven om de vaardigheid in het schriftelijk formuleren van leerlingen uit de groepen 7 van het basisonderwijs te verbeteren?
  2. ‘Neemt de schriftelijke formuleervaardigheid extra toe, wanneer het geleerde ook planmatig buiten de taalles wordt toegepast?’

Bij het onderzoek zijn 12 scholen betrokken. Zes scholen doen mee in de experimentele conditie: Basisschool ’t Montferland in ’s Heerenberg, Basisschool Christoffel in Gendringen, Basisschool Dynamiek in Terborg, Basisschool st. Bernardus in Keijenborg, Basisschool de Boomgaard in Braamt en Basisschool st. Jozef in Azewijn. In het onderzoek zijn ook controlescholen betrokken: Basisschool de Plakkenberg uit Silvolde, Basisschool het Hof uit Lichtenvoorde, Basisschool de Regenboog uit Lichtenvoorde, Basisschool de Leer in Hengelo, Basisschool Roncalli uit Zeddam, Basisschool de Oersprong uit Ulft.

De ontwikkelde  materialen voor schrijven vind je in onze etalageruimte.