Voor veel leerlingen is schrijven een lastige klus. Tegelijkertijd moeten zij hun cognitieve inspanning richten op verschillende zaken: voor wie ga ik schrijven?; wat wil ik met mijn tekst bereiken?; hoe bedenk ik inhoud voor mijn tekst?; hoe krijg ik wat ik wil vertellen in goede woorden en zinnen op papier?; hoe bereik is dat mijn tekst leesbaar is? Schrijven is een gecompliceerde vaardigheid waarin denkprocessen van een hoge orde plaatsvinden. Lastig voor menig kind, maar ook lastig voor leerkrachten. Want hoe ziet goed schrijfonderwijs eruit?

Vanaf 2011 zijn er opeenvolgende leernetwerken bezig geweest met de ontwikkeling van materialen en instrumenten die een impuls geven aan de kwaliteit van het schrijfonderwijs. Er werd vooral nagedacht over de vraag op welke manier de instructie van de leerkracht verbeterd kan worden. Ook werd nagedacht over de vraag op welke manier het schrijfproces van leerlingen gefaciliteerd kan worden door hen te ondersteunen in de vorm van samenwerkingsvormen, peerfeedback, schrijftips en aanwijzingen. De materialen zijn vrij beschikbaar en te raadplegen op de materialensite.

Vanaf september 2018 gaat het leernetwerk verder als academische werkplaats. In deze werkplaats zullen we de aandacht verschuiven van de taalles naar schriftelijke taalactiviteiten bij andere vakken. We weten uit eigen ervaring dat veel leerlingen vooral korte onvolkomen zinnen schrijven, en dat ze amper in staat zijn om samengestelde zinnen te produceren. Uit Amerikaans onderzoek weten we dat het schriftelijk formuleren een enorme impuls kan krijgen door twee dingen te doen: allereerst kinderen de ruimte te geven te oefenen om van meer korte zinnen een samengestelde zin te maken. Ze worden dan verplicht na te denken over het woordje waarmee ze de korte zinnen verbinden (omdat, hoewel, maar, dus…). En dat betekent dat hun denken in relaties, oorzakelijke verbanden of tegenstellingen wordt gestimuleerd.  Omdat het ‘droog’ oefenen in de taalles niet echt helpt, richten we ons ook op de opdrachten bij de zaakvaklessen. Door deze opdrachten iets aan te passen, kunnen kinderen tot verbluffende prestaties komen.

Naast de aandacht voor het schriftelijk formuleren zal ook verder gewerkt worden aan de implementatie van het beoordelen van schaalbeoordelingen.

De Academische Werkplaats bestaat uit collega’s van basisschool Dynamiek uit Terborg (André van Gessel, Andrea van Bilsen en Wil van Empelen), van basisschool ’t Montferland uit ’s Heerenberg (Joke de Vries), van de Oersprong (Eline Seinhorst) en van de Sccsschool uit Wolfersveen (Marieke Tuinman). Twee deeltijd derdejaarsstudenten versterken de groep: Maureen Kaal en Maike Janssen. Iselinge is vertgenwoordigd door Nancy van Maanen en Eric Besselink. Namens de Open Universiteit neemt Emmy Vrieling deel.

De ontwikkelde  materialen voor schrijven vind je in onze etalageruimte.